In Memoriam Marianne Bos

In de laatste week van juli hebben wij afscheid moeten nemen van Marianne Bos.

Zij was kosteres in de Jozefparochie, de latere Titus Brandsma Gedachteniskerk aan het Keizer Karelplein waar het Nijmeegs Byzantijns Koor sinds 2001 de maandelijkse Byzantijnse Liturgie viert.                                                                        

Na het overlijden van onze voorganger Rudolf van Dijk (2014) werd zij ook ‘onze’ kosteres en plaatsvervangend lector en raakte zij met hart en ziel betrokken bij de Byzantijnse vieringen.

De zorg voor, met name, de vele kaarsjes bij de ikonostase, die zij uit eigen zak betaalde en het onderhoud van de kaarshoudertjes was het werk dat zij aan niemand anders toevertrouwde.

Wij wisten al een aantal maanden dat Marianne ziek was. Zij is 83 jaar geworden.

Graag zou het Nijmeegs Byzantijns Koor, op haar verzoek, tijdens haar uitvaartdienst hebben willen zingen; vanwege ‘Corona’ was dit niet mogelijk….. als oud-verpleegkundige zou zij daar zeker begrip voor hebben gehad!

Rust zacht, Marianne en dank je wel!

                               “Vjetsjnaja pamjatj —Eeuwige gedachtenis “

Nijmegen, 23 juli 2020

De preek van pater Thomas Pott

Paaswake Chevetogne 2020.

Broeders en zusters, waar u ook bent en mijn stem hoort: ja, Christus is waarlijk verrezen!

Dit jaar worden we uitgenodigd om ons te oefenen in een andere manier van om te gaan met het Woord, ons toe te leggen op een andere vorm van samenzijn, een andere manier van vieren, communiceren en deelhebben. De verkonding van het Paasmysterie kan zich dit jaar niet vastklampen aan de gebruikelijke ervaring van volledige lichamelijke onderdompeling in de kerkelijke ceremonie. Het Woord, of het nu gebeden, verkondigd of gezongen wordt, moet zijn kracht en doeltreffendheid vinden in ieder van ons te midden van onze dagelijkse omgeving. Het is waar, de omstandigheden van de pandemie en de afzondering hebben ons ontdaan van onze gebruikelijke manier om Pasen te vieren. Maar ze hebben het Woord – de Logos – niet zijn kracht en doeltreffendheid ontnomen. Indien dat voor ons wel het geval is, indien voor ons vandaag de aankondiging van de Opstanding niet echt doeltreffend is en indien Pasen dit jaar niet echt Pasen is, hebben we werk te doen: werk aan onszelf – op de plaats en onder de omstandigheden waar we ons bevinden. Laten we echter niet denken dat er zoiets bestaat als “ideale omstandigheden” om Pasen te vieren, net zoals er geen ideale omstandigheden zijn om leven en liefde te vieren, om te leven en lief te hebben. En laten we ons vooral niet inbeelden dat deelname aan een plechtige ceremonie – zoals de Paasnacht bijvoorbeeld – kan garanderen dat we het Woord ontvangen met de kracht en doeltreffendheid die het in zich draagt. Nee, ieder van ons, in de concrete situatie waarin het leven ons op dit moment heeft geplaatst, moet een tempel van het Woord Gods worden, een leeg graf waaruit licht naar buiten stroomt, een open tabernakel waaruit Christus naar buiten komt om aan te kondigen: ik ben verrezen! Mogen de woorden van het evangelie van deze nacht – “hij kwam in het zijne, maar de zijnen erkenden hem niet” niet van ons kan worden gezegd!

Wanneer we het verhaal van de opstanding horen, met name hoe de vrouwen en de discipelen ontdekken dat het graf leeg is, worden we getroffen door de angst, de ontmoediging en het verdriet waar het “goede nieuws” zich een weg doorheen moet banen om de geest en het hart van de mensen te vinden. Maar er is geen afzondering die de komst van de Verrezene weerstaat: daar waar de discipelen zijn komt hij binnen, ondanks dat de deuren gesloten zijn, hij blijft hij in hun midden en nodigt hen uit om te eten.

Wat een verschil tussen deze ervaring, deze proto-viering van Pasen, en onze gebruikelijke manier om het Feest der Feesten te vieren. We moeten niet diep in ons geheugen graven om de “paasvreugde” te herinneren die onze kerken omvormt tot “feestzalen” dankzij de plechtigheden, het gezang, de traditionele gebruiken, enz. Wij beschouwen dat op deze wijze de aankondiging van de Verrijzenis wordt doorgegeven zoals door de engel aan Maria Magdalena: “Hij is opgestaan, hij is hier niet” (Mc 16: 6). Inderdaad, onze herinnering aan de liturgie kan ons helpen om het ritueel te visualiseren en, dankzij dit, iets in ons op te wekken als een “gevoel van Pasen”, zoals we eraan gewend zijn. Maar dit gevoel – en dat weten we best – duurt nooit lang: het ‘paasgevoel’ duurt in het algemeen maar een paar dagen. Bij Hemelvaart is “Pasen al ver weg” … Wat een verschil, wederom, met de paas-ervaring van de discipelen, waardoor hun leven radicaal veranderde.

Als we daarom worden uitgenodigd om ons te oefenen in een andere manier van om te gaan met het Woord en op een andere manier Pasen te vieren, zouden we er misschien gebruik van moeten maken om als het ware de ‘fijne motoriek’ van ons geheugen te oefenen. Zijn we nog bewust van de diepe betekenis van het Opstandingsverhaal zoals de evangeliën ons doorgeven? Hebben de emoties die de bijbelse en liturgische teksten van het feest in ons oproepen, iets te maken met ons dagelijks leven? “Gedoopt in Christus”, zoals we dat zijn, en bekleed met hem (Ga 3:27), laten we hem bij ons binnenkomen, “bij gesloten deuren” en trachten we hem te herkennen wanneer hij het brood breekt (Lk 24, 30-31)? Komt het Woord bij ons “in het zijne” (Joh 1, 11)?

Voordat Pasen een jaarlijkse viering is waarin we Christus’ verrijzenis gedenken, is een dynamische kracht die ons zijn, ons dagelijks leven, onze missie in de wereld, onze verhouding tussen elkaar en met al onze broeders en zusters in de mensheid wil omarmen. Pasen is de belichaming in ons van het “Woord van God”, van dezelfde Logos waardoor de wereld is geschapen en vandaag wordt gered. Om een Pasen “volgens God” te vieren, om de opstanding van Christus, Zoon van God, te vieren, is het dus niet nodig om naar de kerk te gaan… Ja, het kan ons helpen om elkaar aan te moedigen om “nieuw zuurdeeg” te zijn voor de wereld. Maar als het niet mogelijk is naar de kerk te gaan, moeten we dit aanwenden – het is onze plicht! – om het mysterie te verinnerlijken, zodat wanneer we onze afzondering weer kunnen verlaten, het zal zijn met nieuwe en “verrezen” kracht.

Vandaag worden we genoodzaakt af te zien van de aanwezigheid van zoveel mensen van wie we houden en die ernaar verlangen ons te zien en ons opnieuw te omhelzen. Maar we hoeven niet te af te zien van het Woord. Moge ons Woord – het Woord waarvan wij de tabernakel zijn – degenen waarmee we communiceren nieuw leven brengen. Moge ons Woord worden omgevormd tot aanwezigheid, om leven en liefde te brengen aan degenen die bang zijn, de moed hebben verloren, in de rouw zijn of sterven. Veel van onze “Christus is opgestaan!” zullen met tranen worden gezegd. Als we maar samen wenen… Dan zullen we ook samen weer vreugde kunnen vinden. En de vreugde, de vreugde van een Pasen “volgens God”, begint waar echt leven wordt gegeven en gedeeld. Moge onze “Christus is verrezen” een huwelijkslied worden waarmee we de ander omarmen in zijn wezen.

Christus is opgestaan!

(overgenomen van de facebookpagina)

PASEN

Het einde van de Stille Week, die in het
centrum staat van de christelijke
geloofsbeleving en liturgie.
Het Nijmeegs Byzantijns Koor richt zich op
de toekomst en wenst ieder het goede en
het mooie van onze samenwerking!

Van de schoonheid en de troost

Peter Nissen –
Wij zitten nog volop in de Paastijd, dus wij mogen nog steeds het nieuwe Licht begroeten. Dat mogen wij trouwens iedere dag doen, en in vrijwel alle religies gebeurt dat ook. De een begroet het licht met de zonnegroet, de ander doet dat met salaat el fadjr, het islamitische gebed van de dageraad, en christenen doen dat met lofprijzingen aan het eeuwige Licht: de lauden, een van de dagelijkse gebedstijden.
In de kerk van Saint-Gervais in Parijs komen, zoals in nog een aantal stadskerken in de wereld, elke morgen de zusters en broeders van de Monastieke Fraterniteit van Jeruzalem bij elkaar voor het morgengebed. Ik heb het een paar keer meegemaakt: een mooie liturgie rond het ontsteken van de kaarsen en de lofprijzing van God.

De zangwijze in de Monastieke Fraterniteit is sterk geënt op die van de Byzantijnse liturgie. Het is liturgie zoals liturgie hoort te zijn: viering van een gemeenschap van mensen, met sterke aandacht voor de zintuigen, actieve participatie van het lichaam (buigingen!), plek voor stilte en een zinvol gebruik van symbolen (zoals kaarsen).

De Monastieke Fraterniteit van Jeruzalem is in 1975 ontstaan rond Pierre-Marie Delfieux (1934-2013), toen studentenpastor aan de Sorbonne in Parijs. Hij had enkele jaren als kluizenaar in Algerije geleefd. Maar hij en de aartsbisschop van Parijs, kardinaal Marty, hadden de intuïtie dat onze steden behoefte hebben aan plekken van stilte en gebed. Zoals in de vierde en vijfde eeuw vrouwen en mannen de woestijn opzochten om zich toe te leggen op een leven van gebed en meditatie, de zogenaamde woestijnvaders en woestijnmoeders, zo zouden zij nu de stad moeten opzoeken, want dat is de woestijn van onze tijd geworden. Voor veel mensen is de stad immers, juist te midden van alle drukte en lawaai, een oord van eenzaamheid en verlatenheid, en dat ook zonder coronacrisis.
De vrouwen en mannen van de Monastieke Fraterniteiten wonen in huurhuizen in het centrum van de stad en werken halftijds om in hun levensonderhoud te voorzien. De rest van de dag leiden zij een kloosterleven. Zij komen drie keer per dag in de kerk samen voor hun gebedstijden. Van de nieuwe religieuze gemeenschappen waren zij tot voor kort nog zo’n beetje de enige die niet in opspraak was gekomen wegens seksueel of psychisch misbruik. Een in december van het afgelopen jaar verschenen boek van een Frans oud-lid, Anne Mardon, met de titel ‘Quand l’Église détruit’ (Als de kerk vernielt), heeft daar helaas verandering in gebracht.
Deze opname van het morgengebed, de lauden, is uit de Paastijd van vorig jaar. Ook de Monastieke Fraterniteiten van Jeruzalem hebben dit jaar hun diensten wegens de coronacrisis moeten aanpassen. Zij zijn nu niet voor bezoekers toegankelijk.
Bidt u met de zusters en broeders mee? Het is vandaag, 14 mei, namelijk ook ‘World day of prayer, fasting and acts of charity’, een initiatief van joden, christenen en moslims in coronatijd, warm aanbevolen door paus Franciscus, maar, voor zover ik kan zien, in Nederland aan alle kerkelijke en religieuze instanties en media voorbij gegaan.

(overgenomen van de facebookpagina)

Stille zaterdag

De Stille week staat centraal in de christelijke geloofsbeleving en liturgie. Ik ben er altijd aan gehecht geweest, aan de dramatiek en de diepgang van deze week. Vandaag, evenals op Palmzondag en de twee afgelopen dagen, plaats ik fragmenten uit preken die ik in de loop der jaren voor deze dagen geschreven heb. Voor wie ze lezen wil.

Voorafgaand aan deze Stille Zaterdag preek las ik uit de bijbel: Johannes 19: 38-48 (de graflegging door Jozef van Arimathea).

Opvallend in deze passage is de stilte die om de dingen en de daden van mensen hangt. In de voorafgaande hoofdstukken heeft Jezus zijn lange afscheidsrede uitgesproken. Daarna werd verteld hoe hij gevangen werd genomen. Er volgden teksten vol harde woorden, spot, geschreeuw en geweld. Jezus moest dood, hoe dan ook. De auteur begeleidde die treurige geschiedenis met verwijzingen naar oude profetieën. Woorden waren dat allemaal, ‘full of sound and fury’.

Maar nu is dat alles voorbij. Het is stil geworden. Alsof er geen woorden over zijn. Wat rest, zijn de simpele handelingen. Jezus’ dode lichaam wordt met eerbiedige aandacht en zorg omringd. Het wordt weggedragen, gezalfd en in linnen gewikkeld, tenslotte in een graf gelegd.

Naderhand en later is over Jezus eindeloos veel gezegd. Talloze beelden van hem zijn in omloop gebracht; over zijn persoon en werk zijn theologieën geschreven; over de plaatsen van zijn lijden en sterven zijn kathedralen heen gebouwd. Zo doen wij dat. We ordenen de wereld door onze woorden en daden. Wij formeren beelden van onszelf en van elkaar. Beelden van wat mensen en dieren, mannen en vrouwen, homo’s en hetero’s eigenlijk zijn, van hoe de wereld in elkaar zit. En al doende creëren we een wereld, die ons nooit meer tegenspreekt en ons almaar geruststelt. Een wereld vol dingen en doden, die de opstanding eigenlijk niet meer nodig heeft.

Op stille zaterdag proberen we al die beelden en woorden achter ons te laten en stil te staan bij een dode. Proberen we zijn stem op te vangen – voorbij onze beelden en woorden. Het is een stem die zwak lijkt, maar gaandeweg sterk en onweerstaanbaar wordt. Want de stemmen van alle in eenzaamheid gestorvenen, van al die gekleineerde en verachte mensen, voegen zich erbij. Sta op, zegt die stem. Leef. En luister.

(overgenomen van de facebookpagina)