De preek van pater Thomas Pott

Paaswake Chevetogne 2020.

Broeders en zusters, waar u ook bent en mijn stem hoort: ja, Christus is waarlijk verrezen!

Dit jaar worden we uitgenodigd om ons te oefenen in een andere manier van om te gaan met het Woord, ons toe te leggen op een andere vorm van samenzijn, een andere manier van vieren, communiceren en deelhebben. De verkonding van het Paasmysterie kan zich dit jaar niet vastklampen aan de gebruikelijke ervaring van volledige lichamelijke onderdompeling in de kerkelijke ceremonie. Het Woord, of het nu gebeden, verkondigd of gezongen wordt, moet zijn kracht en doeltreffendheid vinden in ieder van ons te midden van onze dagelijkse omgeving. Het is waar, de omstandigheden van de pandemie en de afzondering hebben ons ontdaan van onze gebruikelijke manier om Pasen te vieren. Maar ze hebben het Woord – de Logos – niet zijn kracht en doeltreffendheid ontnomen. Indien dat voor ons wel het geval is, indien voor ons vandaag de aankondiging van de Opstanding niet echt doeltreffend is en indien Pasen dit jaar niet echt Pasen is, hebben we werk te doen: werk aan onszelf – op de plaats en onder de omstandigheden waar we ons bevinden. Laten we echter niet denken dat er zoiets bestaat als “ideale omstandigheden” om Pasen te vieren, net zoals er geen ideale omstandigheden zijn om leven en liefde te vieren, om te leven en lief te hebben. En laten we ons vooral niet inbeelden dat deelname aan een plechtige ceremonie – zoals de Paasnacht bijvoorbeeld – kan garanderen dat we het Woord ontvangen met de kracht en doeltreffendheid die het in zich draagt. Nee, ieder van ons, in de concrete situatie waarin het leven ons op dit moment heeft geplaatst, moet een tempel van het Woord Gods worden, een leeg graf waaruit licht naar buiten stroomt, een open tabernakel waaruit Christus naar buiten komt om aan te kondigen: ik ben verrezen! Mogen de woorden van het evangelie van deze nacht – “hij kwam in het zijne, maar de zijnen erkenden hem niet” niet van ons kan worden gezegd!

Wanneer we het verhaal van de opstanding horen, met name hoe de vrouwen en de discipelen ontdekken dat het graf leeg is, worden we getroffen door de angst, de ontmoediging en het verdriet waar het “goede nieuws” zich een weg doorheen moet banen om de geest en het hart van de mensen te vinden. Maar er is geen afzondering die de komst van de Verrezene weerstaat: daar waar de discipelen zijn komt hij binnen, ondanks dat de deuren gesloten zijn, hij blijft hij in hun midden en nodigt hen uit om te eten.

Wat een verschil tussen deze ervaring, deze proto-viering van Pasen, en onze gebruikelijke manier om het Feest der Feesten te vieren. We moeten niet diep in ons geheugen graven om de “paasvreugde” te herinneren die onze kerken omvormt tot “feestzalen” dankzij de plechtigheden, het gezang, de traditionele gebruiken, enz. Wij beschouwen dat op deze wijze de aankondiging van de Verrijzenis wordt doorgegeven zoals door de engel aan Maria Magdalena: “Hij is opgestaan, hij is hier niet” (Mc 16: 6). Inderdaad, onze herinnering aan de liturgie kan ons helpen om het ritueel te visualiseren en, dankzij dit, iets in ons op te wekken als een “gevoel van Pasen”, zoals we eraan gewend zijn. Maar dit gevoel – en dat weten we best – duurt nooit lang: het ‘paasgevoel’ duurt in het algemeen maar een paar dagen. Bij Hemelvaart is “Pasen al ver weg” … Wat een verschil, wederom, met de paas-ervaring van de discipelen, waardoor hun leven radicaal veranderde.

Als we daarom worden uitgenodigd om ons te oefenen in een andere manier van om te gaan met het Woord en op een andere manier Pasen te vieren, zouden we er misschien gebruik van moeten maken om als het ware de ‘fijne motoriek’ van ons geheugen te oefenen. Zijn we nog bewust van de diepe betekenis van het Opstandingsverhaal zoals de evangeliën ons doorgeven? Hebben de emoties die de bijbelse en liturgische teksten van het feest in ons oproepen, iets te maken met ons dagelijks leven? “Gedoopt in Christus”, zoals we dat zijn, en bekleed met hem (Ga 3:27), laten we hem bij ons binnenkomen, “bij gesloten deuren” en trachten we hem te herkennen wanneer hij het brood breekt (Lk 24, 30-31)? Komt het Woord bij ons “in het zijne” (Joh 1, 11)?

Voordat Pasen een jaarlijkse viering is waarin we Christus’ verrijzenis gedenken, is een dynamische kracht die ons zijn, ons dagelijks leven, onze missie in de wereld, onze verhouding tussen elkaar en met al onze broeders en zusters in de mensheid wil omarmen. Pasen is de belichaming in ons van het “Woord van God”, van dezelfde Logos waardoor de wereld is geschapen en vandaag wordt gered. Om een Pasen “volgens God” te vieren, om de opstanding van Christus, Zoon van God, te vieren, is het dus niet nodig om naar de kerk te gaan… Ja, het kan ons helpen om elkaar aan te moedigen om “nieuw zuurdeeg” te zijn voor de wereld. Maar als het niet mogelijk is naar de kerk te gaan, moeten we dit aanwenden – het is onze plicht! – om het mysterie te verinnerlijken, zodat wanneer we onze afzondering weer kunnen verlaten, het zal zijn met nieuwe en “verrezen” kracht.

Vandaag worden we genoodzaakt af te zien van de aanwezigheid van zoveel mensen van wie we houden en die ernaar verlangen ons te zien en ons opnieuw te omhelzen. Maar we hoeven niet te af te zien van het Woord. Moge ons Woord – het Woord waarvan wij de tabernakel zijn – degenen waarmee we communiceren nieuw leven brengen. Moge ons Woord worden omgevormd tot aanwezigheid, om leven en liefde te brengen aan degenen die bang zijn, de moed hebben verloren, in de rouw zijn of sterven. Veel van onze “Christus is opgestaan!” zullen met tranen worden gezegd. Als we maar samen wenen… Dan zullen we ook samen weer vreugde kunnen vinden. En de vreugde, de vreugde van een Pasen “volgens God”, begint waar echt leven wordt gegeven en gedeeld. Moge onze “Christus is verrezen” een huwelijkslied worden waarmee we de ander omarmen in zijn wezen.

Christus is opgestaan!

(overgenomen van de facebookpagina)