Iconen

Iconen:
vensters op de Eeuwigheid of vensters op Nu?
Lezing Johan Meijer CSsR

Het is en blijft wonderlijk, maar ‘iconen’ is een onderwerp, dat niet ophoudt interesse op te roepen. Toen we in Tilburg nog het centrum hadden van Aktie en Ontmoeting Oosterse Kerken, werden daar meer dan tien jaar lang driemaal per jaar icoonschildercursussen gegeven. En steeds vol bezet.
Waarom spreken iconen zo aan? Waarom willen mensen icoonschilderen? Wat is de diepte van de icoon, en hoe schilder je, met al die regels waar je je aan houden moet?

Icoonschilderen is geen hobby. Misschien maak ik nu een opmerking waar sommigen hun wenkbrauwen om zullen fronsen: “En ik doe het zo graag!”, zeggen ze. Toch zijn wij ervan overtuigd, dat icoonschilderen niet de uiting is van een hobby, van een tijdverdrijf. Als je iconen wilt schilderen, is dat niet iets in de trant van: “Ik heb nu geleerd te aquarelleren… postzegels verzamelen heb ik ook al gedaan… nu wil ik wel eens wat anders,
icoonschilderen bijvoorbeeld…”. Nee, icoonschilderen valt buiten de hobby’s.
Het is dienst aan de gelovige gemeenschap. Iconen zijn als het ware de
familiealbum van de kerkgemeenschap. Iconen zijn de gemeenschappelijke viering in kleur van ons gezamenlijk geloven… Met andere woorden: Icoonschilderen is verkondiging. De cursussen die wij geven, plaatsen we dan ook uitdrukkelijk binnen het liturgisch kader van het dagelijks getijdengebed.

Iconen zijn verkondiging

Dat is zeker de opvatting van de Oosterse Kerken, speciaal binnen de Byzantijnse traditie. Er kwam eens een dominee in Tilburg de cursus
meemaken. Hij zei: “Ik weet niet of ik talent heb. Maar ik heb een nog diepere en meer persoonlijke vraag: ik zou willen weten of mijn gave als Verkondiger ligt in het woord, of in het schilderen van iconen…” Het bleek het woord te zijn, maar de man sloeg de spijker op de kop met zijn vraag. En in zijn zoeken had hij begrepen wat een icoon is, namelijk Verkondiging in kleur en lijn, zoals ook een preek Verkondiging is, maar dan in woord en taal.

Iconen: men heeft erom gevochten

Deze opvatting van icoon, als Verkondiging, is ook in het Oosten niet zomaar komen aanwaaien. Oost en West hebben vanaf het prille begin van het christendom afbeeldingen gemaakt, net zoals men teksten schreef. Dat
zijn uitingen die in elke cultuur ontstaan, evenals muziek. Maar toch is er in
het Byzantijnse Oosten iets aparts aan de hand geweest. In de ontwikkeling van het christelijk Oosten heeft de icoon een eigen plaats gekregen, zo sterk dat je werkelijk zeggen kunt: Het Oosten kan niet zonder iconen. Waarom? Omdat iconen verstaan werden als uitdrukking van orthodoxie, teken van het rechte geloof, teken van het juiste verstaan van het evangelie.

De iconenstrijd

Een speciale gebeurtenis heeft hierbij een grote rol gespeeld: de Iconenstrijd van de 8e en 9e eeuw, het Iconoclasme. In 726 werd het oostelijk Middellandse Zeegebied getroffen door een zware vulkaanuitbarsting. Veel schade, veel slachtoffers. Door velen werd deze ramp gezien als een teken van God. Het antwoord daarop kon alleen maar zijn een vernieuwingscampagne: men moest zich bekeren. Terug naar het zuivere geloof, zonder beelden, zonder iconen. “God kun je toch niet afbeelden? Want Hem heeft toch niemand gezien?”. En: “Is de opmars van de Islam die geen beelden kent, niet een teken van Gods welbehagen?” Op deze manier kreeg een stroming die zich al langer tegen de iconen en icoonverering keerde, wind in de zeilen. Er ontstond grote verwarring. De patriarch probeerde de zaak tot rust te brengen en zowel voor- als tegenstanders te laten zien dat men niet moet overdrijven, naar twee kanten niet. Maar hij had geen succes, hij moest zelfs aftreden.
Keizer Leo III drukte de vernieuwingsdrang door en eiste de vernietiging van de iconen. En zijn mening won het pleit. Aanvankelijk, tenminste.

In 754 riep keizer Constantijn V een concilie van de bisschoppen bijeen tegen de aanbidding van iconen. Overal werden nu iconen vernield, fresco’s witgekalkt, en de mensen die beelden en iconen in bezit hadden, of ze met zorg en liefde verborgen hielden, werden vervolgd en sommigen zelfs ter dood gebracht.

In 787 was de politieke situatie echter gewijzigd. Bovendien had nu een vrouw, Irene, de keizerlijke macht, samen met haar zoon Constantijn
VI. De bisschoppen kwamen weer bij elkaar, maar nu ten voordele van de iconen. Dit is het tweede Oecumenische Concilie van Nicea (bij Constantinopel). Toch zou het nog duren tot 843 voordat eindelijk verering van de iconen definitief in ere werd hersteld. Dit feit wordt op elke eerste zondag van de Veertigdagentijd gevierd: de Zondag van de Triomf van de Orthodoxie. Want daar ging het om: “Als God en mens echt iets met elkaar van doen hebben, dan moet je het ook kunnen uitbeelden”. Dat is kort samengevat de leer van dat Concilie, en daar had Johannes van Damascus met Theodorus van Studion voor gestreden en geschreven. Daarom heet onze gemeenschap in naar hem!

Het Westen kent natuurlijk ook beelden en muurschilderingen. Ze lijken soms ook op iconen en zijn prachtig; maar het Westen heeft altijd wat
huiver gehad voor iconen, zoals in het Oosten verstaan werd. Men begreep het ook niet zo: in de achtste eeuw al niet. Waarover ging het conflict eigenlijk?

“Natuurlijk mag men kerken versieren…”, bepaalde een synode in Frankfurt. Maar zelfs het Vaticaans Concilie, dat toch in onze tijd een belangrijke vernieuwing betekende, schrijft hierover in 1963 in de Constitutie over de heilige Liturgie: “Het gebruik om in de kerken heilige beeltenissen te plaatsen ter verering door de gelovigen moet behouden blijven; wel moet het
aantal beperkt blijven en de juiste verhouding in acht worden genomen, om te voorkomen, dat bij het christenvolk verwondering wordt gewekt of een minder juiste devotie in de hand wordt gewerkt” (hoofdstuk 7, nr. 125).

Iconen horen in de kerkgemeenschap

Het Byzantijnse Oosten kan dan echter niet meer zonder iconen: het is het bewijs, het teken van zijn Orthodoxie! Het teken dat men het evangelie goed begrepen had. En dan neemt men ze op in de liturgie, in het kerkgebouw…. de iconostase krijgt zijn definitieve vorm.

Iconen zijn dus meer dan versiering

Dat inzicht van het concilie van 787 gaat men in de praktijk brengen. En dan beginnen de regels en de grote tradities van icoonschilders. Eerst in Constantinopel, dan uitspreidend naar Ochrid, dan naar Mystra, Cyprus,
Kiev, Moskou etc… De grote Scholen… een geweldige bloei! Soms  neergaand, soms hun eigen traditie vergetend, en dan weer herlevend… In de Kretenzer School, in de School van Fotios Gontoglou, Vranou, Zenon, en anderen, tot op de dag van vandaag.

Zo spelen de iconen ook een rol in de Liturgisch kalender. Elk feest heeft zijn icoon, waarvan de afbeeldingen midden in de kerkruimte worden gelegd. Of persoonlijke dierbare iconen, of soms ook nieuwe vormen. Als de familiealbum van de christelijke familie (Orthodox en Grieks-Katholiek) of
op de wanden geschilderd, een teken dat God een God van mensen is. De Icoon hoort dus bij kerk

Een icoon wordt gewijd

Het is ook om die reden dat een icoon gewijd wordt. Niet om een icoon tot een soort heilig voorwerp te maken. Maar door de wijding of zegening door een priester of door de bisschop (vaak dan met een myron-zalving) wordt de icoon als het ware opgenomen in dat album van de gelovige familie, de Kerk. De wijding van een icoon is als het ware de erkenning dat deze icoon
terecht beantwoordt aan het gevierde, het verkondigde en het beleefde
evangelie. Er zijn vele formuleringen van dergelijke zegeningen. Je vindt ze in verschillende liturgische boeken in verschillende talen. Het feit van de
wijding zelf is dan ook belangrijker dan de formulering.

In het Byzantijns Liturgikon hebben wij een van deze wijdingsformulieren in een prachtige hertaling door Servaes Bellemakers uitgegeven. Hier volgen enkele teksten. Op een kernachtige en sprekende manier drukken zij uit wat ik heb proberen te zeggen:

“Machtige, Gij woont onder ons. Gij hebt aan onze vaderen Uw Woord gegeven: ‘Ik zal er zijn’. En zie, Uw aanwezigheid lichtte op in het mooiste dat mensen te bieden hebben: zilver, goud en zijdedraad, toegewijd handwerk, levenskunst. Veelkleurig is Uw Woord geworden: een huis van verbondenheid waarin het goed wonen is. Zo kreeg Uw Verbond met Israël
gestalte, zo hebt Gij met ons geschiedenis gemaakt. Nee, mensenbeelden zijn U niet te min, de iconen van Uw geliefden zijn aan U welbesteed. In
mensengezichten kijkt Gij ons aan, Uw Naam gaat lichtend over onze  aarde”.

“Met eerbied kijken wij op naar hen, die Uw gestalte vormden in ons midden, Uw heiligen. Zij gingen ons voor, stralend levend, doende gerechtigheid. In hun spoor willen wij gaan, Uw zege tegemoet, Uw rijk van vrede en geluk”.

“Heer God Gij hebt ons mensen geroepen om Uw beeld te zijn. Maar telkens weer klampten wij ons vast aan eigen beeld en eigen macht, krampachtig, zonder oog en oor voor U. Totdat een nieuwe mens opstond, Uw gezalfde: broeder en dienaar ten einde toe. Hij is door U herkend als een mens naar Uw hart, eindelijk Uw beeld en gelijkenis, eerste van Uw schepping, enige
weg ten leven”.

“Zegen deze iconen, wijd ze aan Uw toekomst toe Laat ze Uw glorie en levenswil uitstralen …”

Een Hobby met een hoofdletter

“Iconen horen eigenlijk niet in een tentoonstelling”. Dat zei de orthodoxe bisschop Longin van Düsseldorf eens bij de opening van zo’n tentoonstelling. Maar hij voegde er tegelijkertijd aan toe: “Gelukkig echter,
dat er zulke tentoonstellingen zijn. Anders kwamen veel mensen niet met iconen in contact”. Zo is het ook een zegen dat er zoveel icoonschilders zijn… Geen hobby? Natuurlijk mag men het graag doen, natuurlijk mag het een Hobby zijn, maar dan met een hoofdletter… Iconen laten Uw glorie en levenswil uitstralen … en veel mensen genieten ervan! Een blik op de eeuwigheid… Ik denk nog meer een blik op ons leven vandaag: Vensters op NU