Van de schoonheid en de troost

Peter Nissen –
Wij zitten nog volop in de Paastijd, dus wij mogen nog steeds het nieuwe Licht begroeten. Dat mogen wij trouwens iedere dag doen, en in vrijwel alle religies gebeurt dat ook. De een begroet het licht met de zonnegroet, de ander doet dat met salaat el fadjr, het islamitische gebed van de dageraad, en christenen doen dat met lofprijzingen aan het eeuwige Licht: de lauden, een van de dagelijkse gebedstijden.
In de kerk van Saint-Gervais in Parijs komen, zoals in nog een aantal stadskerken in de wereld, elke morgen de zusters en broeders van de Monastieke Fraterniteit van Jeruzalem bij elkaar voor het morgengebed. Ik heb het een paar keer meegemaakt: een mooie liturgie rond het ontsteken van de kaarsen en de lofprijzing van God.

De zangwijze in de Monastieke Fraterniteit is sterk geënt op die van de Byzantijnse liturgie. Het is liturgie zoals liturgie hoort te zijn: viering van een gemeenschap van mensen, met sterke aandacht voor de zintuigen, actieve participatie van het lichaam (buigingen!), plek voor stilte en een zinvol gebruik van symbolen (zoals kaarsen).

De Monastieke Fraterniteit van Jeruzalem is in 1975 ontstaan rond Pierre-Marie Delfieux (1934-2013), toen studentenpastor aan de Sorbonne in Parijs. Hij had enkele jaren als kluizenaar in Algerije geleefd. Maar hij en de aartsbisschop van Parijs, kardinaal Marty, hadden de intuïtie dat onze steden behoefte hebben aan plekken van stilte en gebed. Zoals in de vierde en vijfde eeuw vrouwen en mannen de woestijn opzochten om zich toe te leggen op een leven van gebed en meditatie, de zogenaamde woestijnvaders en woestijnmoeders, zo zouden zij nu de stad moeten opzoeken, want dat is de woestijn van onze tijd geworden. Voor veel mensen is de stad immers, juist te midden van alle drukte en lawaai, een oord van eenzaamheid en verlatenheid, en dat ook zonder coronacrisis.
De vrouwen en mannen van de Monastieke Fraterniteiten wonen in huurhuizen in het centrum van de stad en werken halftijds om in hun levensonderhoud te voorzien. De rest van de dag leiden zij een kloosterleven. Zij komen drie keer per dag in de kerk samen voor hun gebedstijden. Van de nieuwe religieuze gemeenschappen waren zij tot voor kort nog zo’n beetje de enige die niet in opspraak was gekomen wegens seksueel of psychisch misbruik. Een in december van het afgelopen jaar verschenen boek van een Frans oud-lid, Anne Mardon, met de titel ‘Quand l’Église détruit’ (Als de kerk vernielt), heeft daar helaas verandering in gebracht.
Deze opname van het morgengebed, de lauden, is uit de Paastijd van vorig jaar. Ook de Monastieke Fraterniteiten van Jeruzalem hebben dit jaar hun diensten wegens de coronacrisis moeten aanpassen. Zij zijn nu niet voor bezoekers toegankelijk.
Bidt u met de zusters en broeders mee? Het is vandaag, 14 mei, namelijk ook ‘World day of prayer, fasting and acts of charity’, een initiatief van joden, christenen en moslims in coronatijd, warm aanbevolen door paus Franciscus, maar, voor zover ik kan zien, in Nederland aan alle kerkelijke en religieuze instanties en media voorbij gegaan.

(overgenomen van de facebookpagina)